honen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘smaden’ voor het eerst aangetroffen in 1080 [1]
  • [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
honen
hoonde
gehoond
zwak -d volledig

Werkwoord

honen [4]

  1. overgankelijk bespotten, uitlachen
  2. overgankelijk (werktuigbouwkunde) een vorm van slijpen waarmee zeer nauwkeurig een dun laagje van de binnenomtrek van een cilinder wordt weggenomen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen