hoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoer hoeren
verkleinwoord hoertje hoertjes

Zelfstandig naamwoord

hoer v

  1. een vrouw die tegen betaling seksuele diensten verricht
    In die straat kun je veel hoertjes aantreffen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
hoeren

hoer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoeren
    Ik hoer.
  2. gebiedende wijs van hoeren
    Hoer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoeren
    Hoer je?