Naar inhoud springen

afreageren

Uit WikiWoordenboek
  • af·re·a·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afreageren
reageerde af
afgereageerd
zwak -d volledig

afreageren

  1. het gemoed ontdoen van woede door iets of de volle laag te geven
    • Hij kon zich goed afreageren op die boksbal. 
     Ik zie inmiddels sterretjes van ingehouden woede. Ik weet dat ik me niet moet afreageren op Zac. Dit gaat niet om hem. Dit gaat om mij.[1]
100 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be