materie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·te·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stof’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord materie materiën
materies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

materie v

  1. (natuurkunde) de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord materie -

Zelfstandig naamwoord

materie

  1. (natuurkunde) materie