Naar inhoud springen

materie

Uit WikiWoordenboek
  • ma·te·rie
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stof’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord materie materiën
materies
verkleinwoord - -

demateriev

  1. (natuurkunde) de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd
     Een andere reden dat antihyperhelium-4 interessant is, zo zegt Stöcker, is dat de omstandigheden in de deeltjesversneller bij het ontstaan ervan de toestand nabootsen waarin het heelal verkeerde toen het slechts een miljoenste van een seconde oud was. Het heelal bestond op dat moment uit een ‘hete soep’ van deeltjes. Het identificeren van de materie- en antimateriedeeltjes die hieruit voortkomen, kan helpen begrijpen hoe we in een heelal terecht zijn gekomen waarin de hoeveelheid materie, inclusief de materie waaruit wijzelf bestaan, de schaarse hoeveelheid antimateriedeeltjes overschaduwt.[3]
     Nadat zo'n zwart gat is gevormd, kan het toenemen in grootte door materie uit de omgeving op te nemen.[4]
     Haar aanwezigheid was een duistere, vormeloze materie in de slaapkamer op de bovenverdieping, en het was alsof het huis doordrenkt raakte van schuldgevoel.[5]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  1. "materie" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. materie op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron
    Karmela Padavic Callaghan
    “LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist
  4. Bronlink geraadpleegd op 14-7-2025 Weblink bron “Wetenschappers ontdekken grootste samensmelting van zwarte gaten ooit.” (14-7-2025), NOS
  5. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord materie -
  • ma·te·rie

materie

  1. (natuurkunde) materie

materie

  1. (natuurkunde) stof, materie, materiaal
  2. thema, stof, materie
  • Leenwoord uit het Oudfrans

materie

  1. (natuurkunde) stof, materie, materiaal
  2. thema, stof, materie
  • IPA: /matɛːrɪjɛ/
  • ma·te·rie

materie v

  1. (natuurkunde) stof, materie, materiaal
  2. thema, stof, materie
  1. hmota v, látka v, materiál monbezield, substance v
  2. látka v, téma o, námět, syžet, materiál monbezield, učivo o, pramen monbezield, obsah monbezield