drug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drug drugs
verkleinwoord drugje drugjes
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Engelse drug en het Franse drogue uiteindelijk te herleiden tot het Latijnse drogia; mogelijk tevens verwant met droog.

Zelfstandig naamwoord

drug m

  1. stimulerend, verdovend of hallucinerend middel
    Heb je wel eens een drug genomen?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl



Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
drug drugs

Zelfstandig naamwoord

drug

  1. geneesmiddel, medicijn
  2. drug