drugscentrum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drugs·cen·trum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drugscentrum drugscentrums
drugscentra
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

drugscentrum o

  1. plaats of loatie met veel activiteiten die te maken hebben met de productie en handel in illegale verdovende middelen
     De grote politie-actie Trefpunt rond het Bestse drugscentrum Party King leverde naast grote boeven ook kleine jongens op. Deze twee verdachten hoorden vandaag acht maanden celstraf en 240 uur taakstraf tegen zich eisen.[1]
     Door de sluiting van coffeeshop Checkpoint in Terneuzen vorig jaar en de sluitingen van shops in Bergen op Zoom en Roosendaal, dreigt Goes het drugscentrum van de regio te worden.[2]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Max Steenberghe “Cel- en taakstraffen geëist voor 'kleine vissen' drugszaak Trefpunt” (10-01-2017), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron “Goese CDA wil coffeeshops sluiten” (23-12-2009), Reformatorisch Dagblad