drugsdode

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drugs·do·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drugsdode drugsdoden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

drugsdode v / m

  1. iemand die overleden is aan het gebruik van drugs
Verwante begrippen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be