drughond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drug·hond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drughond drughonden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

drughond m

  1. hond die getraind is om illegale verdovende middelen op te sporen
     Nederlandse opsporingsdiensten hebben in de strijd tegen witwaspraktijken al geldhonden die onder meer in goederen- en bagagedepots en woningen kunnen ruiken of er veel geld aanwezig is. Deze geldhond herkent echter of mensen grote bedragen bij zich hebben, zoals een drughond dat ook kan met drugs.[1]
     De actie was in de eerste plaats gericht op daders te vinden in het kader van de strijd tegen onder meer homejackings, inbraken in woningen, autokraken, metaaldiefstallen, voertuigdiefstallen of ramkraken. De federale politie zette onder meer een speurhond, een drughond, een helikopter en ploegen van de wegpolitie Oost-Vlaanderen in. Drie private bewakingsondernemingen werden ook betrokken bij de uitvoering van de actie.[2]
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Hond zoekt in trein naar geldkoeriers” (27-03-2012), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron Wle “Zeventien geseinde personen opgepakt bij politiecontroles” (04/12/2015), De Standaard