nicotine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ni·co·ti·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘alkaloïde in tabak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord nicotine -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nicotine v / m

  1. (scheikunde) vloeibaar, scherp en vluchtig alkaloïde in tabak, een zeer krachtig vergif, dat eerst opwekt en later verlammend werkt
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen