drogeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dro·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drogerende middelen toedienen’ voor het eerst aangetroffen in 1984 [1]
  • afgeleid van het Franse droguer (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drogeren
drogeerde
gedrogeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

drogeren

  1. overgankelijk het iemand toedienen van drugs of doping
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen