broek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een broek.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • broek
enkelvoud meervoud
naamwoord broek broeken
verkleinwoord broekje broekjes

Zelfstandig naamwoord

broek v

  1. (kleding) een kledingstuk met twee afzonderlijke pijpen voor beide benen
  2. o: een moerassig gebied, moeras
  3. (valkerij) de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot
Vertalingen

Meer informatie