braguette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • bra·gu·et·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de verkleinvorm van het Franse zelfstandige naamwoord brague (= wijde broeken)
Naar frequentie zeldzaam
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   braguette     braguetten     braguetter
ook: braguettes  
  braguetterne  
genitief   braguettes     braguettens     braguetters
ook: braguettes'  
  braguetternes  

Zelfstandig naamwoord

braguette, g

  1. (kleding) braguette, codpiece, schaambuidel, schaamkap, kulzak, kullezak
Synoniemen
  • [[[skamkapsel#Deens|[skamkapsel]]