onderbroek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·broek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderbroek onderbroeken
verkleinwoord onderbroekje onderbroekjes

Zelfstandig naamwoord

onderbroek v/m

  1. (kleding) kledingstuk dat onder de gewone broek wordt gedragen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie