schaamstreek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaam·streek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaamstreek schaamstreken
verkleinwoord schaamstreekje schaamstreekjes

Zelfstandig naamwoord

schaamstreek v/m

  1. (anatomie) het deel van het menselijk lichaam waar zich de liezen en geslachtsorganen bevinden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be