koersbroek
Uiterlijk
- Geluid: koersbroek (hulp, bestand)
- koers·broek
- samenstelling van koers en broek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | koersbroek | koersbroeken |
| verkleinwoord | koersbroekje | koersbroekjes |
- (sport) (kleding) een strakke fietsbroek gebruikt tijdens wielerwedstrijden
- Tijdens de Tour de France hebben de wielrenners fraai gekleurde koersbroeken aan met reclame opschriften.
- Het woord koersbroek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.