broeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • broe·ken

Zelfstandig naamwoord

broeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord broek
     Ze was prijsbewust, zo'n dure broek kocht ze niet in een opwelling. Daar was tijdens het passen van andere broeken goed over nagedacht.  [1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be