kousenbroek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

kousenbroek
Uitspraak
Woordafbreking
  • kou·sen·broek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kousenbroek kousenbroeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kousenbroek v/m [1]

  1. maillot
     Een maillot (Nederland) of een kousenbroek/broekkousen (Vlaanderen) is een nauw aansluitend kledingstuk dat bestaat uit lange kousen en een broekje aaneen. Meestal bedekt een maillot het lichaam van de taille tot en met de tenen, hoewel er eveneens varianten bestaan waar de voeten vrij worden gelaten, veeleer als een broek dus.[2]
     Daarop bedacht hij een wiskundige formule die helpt bij het aanschaffen van die ene maillot waarmee je het nooit meer te warm of te koud hebt. Zijn formule berekent namelijk de ideale dikte (of denier), afhankelijk van de weersomstandigheden. Volgens deze wiskundige heeft alles te maken met de windsnelheid (w) en de temperatuur (t). De formule berust op de sigmoidfunctie om een schaal te berekenen waarop de denier (d) van de kousenbroek berekend wordt. "De sigmoidfunctie laat heel veel speling toe tussen de twee extremen," aldus professor Hind.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Maillot (kleding)” (geraadpleegd 5 juni 2021), Wikipedia
  3. Bronlink Weblink bron “Verlossende formule voor 'koude benen probleem'” (10 sep. 2015), De Telegraaf