belasting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De belastingdienst zorgt voor de heffing van de de belastingen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·las·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belasting belastingen
verkleinwoord belastinkje belastinkjes

Zelfstandig naamwoord

belasting v

  1. (juridisch) (financieel) door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie van die overheid
  2. (techniek) de mate waarin een machine belast wordt ofwel het vermogen dat van de machine verlangd wordt door de aangesloten apparatuur
    • Zowel de normale als maximale belasting van deze machine zijn nog niet bekendgegeven. 
     En als de gesprekken na het eten waren gegaan over de maximale belasting van de zesentwintig paalgroepen of het aantal palen in elke groep, of de te verwachten problemen wanneer je boven op deze palen het waarschijnlijk grootste vakwerk van hout gaat bouwen, dan was hij er graag bij geweest.[2]
  3. verantwoordelijkheid, inspanning die een taak vergt, psychische druk
    • Het werk van ambulancechauffeur geeft vaak een grote werkbelasting. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. belasting op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be