verantwoordelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ant·woor·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verantwoordelijkheid verantwoordelijkheden
verkleinwoord verantwoordelijkheidje verantwoordelijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

verantwoordelijkheid v

  1. de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
    • Hij kan de verantwoordelijkheid zeker niet aan. 
    • ,,We hechten als CDA zeker aan de christelijke tradities’’, zei fractieleider Dirk Getkate de voorbije week in de raad. ,,Maar voor ons is gespreide verantwoordelijkheid die ook bij partners uit de samenleving ligt, van belang. Daarom gaan wij mee in maatschappelijke initiatieven. Wij ondersteunen wel van harte de bestaande vrijheid om als ondernemer of inwoner hieraan niet mee te doen.’’ [1] 
     Als ik bijvoorbeeld met mijn gezin op vakantie was of met een groep vrienden een weekendje weg ging, waren de verantwoordelijkheden gedeeld.[2]
  2. een taak die zware plichten met zich meebrengt
    • Dat is wel een hele verantwoordelijkheid, hoor! 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Dick Janssen 10-12-18 De zondag blijkt niet meer heilig in Wierden: supers vast open
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia