inkomstenbelasting
Uiterlijk
- Geluid: inkomstenbelasting (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɪŋkɔmstə(n)bəˌlɑstɪŋ / (6 lettergrepen)
- in·kom·sten·be·las·ting
- samenstelling van inkomst en belasting met het invoegsel -en-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | inkomstenbelasting | inkomstenbelastingen |
| verkleinwoord | - | - |
de inkomstenbelasting v
- (economie) heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen
- ▸ Het argument dat erfbelasting dubbelop zou zijn omdat de overledene al bij leven belasting heeft betaald is even onterecht. Belasting wordt bij elke nieuwe overdracht geheven: een loodgieter betaalt inkomstenbelasting, hoewel ook de klanten al belasting hebben betaald over het inkomen van waaruit zij de loodgieter betalen.[1]
1. heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen
- Het woord inkomstenbelasting staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Marc Davidson“Vervang erfbelasting door inkomstenbelasting” (1 mei 2023) op nrc.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 18
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal