belastingaftrek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·las·ting·af·trek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belastingaftrek belastingaftrekken
verkleinwoord belastingaftrekje belastingaftrekjes

Zelfstandig naamwoord

belastingaftrek m [1]

  1. (financieel) , (juridisch) post die aanleiding geeft tot een vermindering van de hoeveelheid belasting die men moet betalen
     Taxibedrijf Uber heeft het intellectueel eigendom, dat was ondergebracht in een brievenbusfirma op Bermuda, in maart terug verhuisd naar Nederland. Het bedrijf kan hier rekenen op een belastingaftrek over de winst van 6,1 miljard dollar, meldt persbureau Bloomberg.[2]
     Met de beperking van de belastingaftrek voor zelfstandigen moet een deel van een lastenverlichting voor burgers worden betaald. De maatregel is ook bedoeld om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen, zoals minister Koolmees wil. Het streven past ook in het beleid om het aantal schijnzelfstandigen terug te dringen.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 29 oktober 2021 Weblink bron “Uber verhuist onderdeel van Bermuda naar Nederland om winstbelasting” (08-08-2019), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 29 oktober 2021 Weblink bron “Zelfstandigenaftrek wordt fors verlaagd” (23-08-2019), NOS