infrarood

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fra·rood
enkelvoud meervoud
naamwoord infrarood -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

infrarood o

  1. (natuurkunde) het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrum
    Overgangen die te maken hebben met veranderingen in de vibraties van moleculen liggen voornamelijk in het infrarood.
stellend
onverbogen infrarood
verbogen infrarode

Bijvoeglijk naamwoord

infrarood

  1. (natuurkunde) betrekking hebbend op het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrum
    Infrarode straling wordt minder verstrooid door nevel dan straling in het zichtbare gebied.