oord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oord
enkelvoud meervoud
naamwoord oord oorden
verkleinwoord oordje oordjes

Zelfstandig naamwoord

oord o

  1. een bepaalde plaats
    Dit was een oord waar velen weer tot rust kwamen.
Vertalingen