red
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- red
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| redden |
red
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redden
- Ik red.
- gebiedende wijs van redden
- Red!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redden
- Red je?
Gelijkklinkende woorden
Engels
Uitspraak
- IPA: /rɛd/
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| red | redder | reddest |
Bijvoeglijk naamwoord
red
Tobiaans
Zelfstandig naamwoord
red
Verwante begrippen
Sloveens
Zelfstandig naamwoord
red
- orde (resultaat van ordening).
Spreekwoorden
- vrstni red - volgorde
- javni red - openbare orde