rooi
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- rooi
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rooien |
rooi
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rooien
- Ik rooi.
- gebiedende wijs van rooien
- Rooi!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rooien
- Rooi je?
Afrikaans
Bijvoeglijk naamwoord
rooi