vriezen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vriezen
'vri.zə(n)
vroor
vrɔːr
gevroren
ɣə.'vrɔː.rə(n)
klasse 2 volledig
Uitspraak
Woordafbreking
  • vrie·zen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vriezen

  1. (onpersoonlijk) (meteorologie) het heersen van een temperatuur waarbij water kristalliseert tot ijs
    Het heeft vannacht flink gevroren.
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
vriezen vriezend
vorst gevroren
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenvriezenwaaienweerlichten

Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl