misten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
misten
mistte
gemist
zwak -t volledig

Werkwoord

misten

  1. onpersoonlijk het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking
    • Het mistte vreselijk en de automobilisten moesten snelheid minderen. 
Afgeleide begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenstortregenenvriezenwaaienweerlichten

Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
missen

misten

  1. meervoud verleden tijd van missen
    • Wij misten. 
    • Jullie misten. 
    • Zij misten. 

Zelfstandig naamwoord

misten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mist