stortregenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stort·re·ge·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stortregenen
stortregende
gestortregend
zwak -d volledig

Werkwoord

stortregenen

  1. onpersoonlijk (meteorologie) hevig regenen
    • Tijdens de wedstrijd begon het te stortregenen. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.