vrieskou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

winterakoniet in de vrieskou
Uitspraak
Woordafbreking
  • vries·kou
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrieskou
verkleinwoord vrieskoutje vrieskoutjes

Zelfstandig naamwoord

vrieskou v

  1. weer waarbij de temperatuur onder de nul graden Celsius blijft
    • Ruim een decennium ging daarna ijsvrij voorbij. En uiteraard ontstond juist in de afwezigheid het verlangen. Maar de strenge winters bleven uit. Ja, toen ik allang studeerde kwam de vrieskou mondjesmaat terug: een of twee tochtjes per seizoen. Een jaar of vijf geleden kwam ik de briefkaart van mijn tante weer tegen. Het liefst had ik meteen mijn schaatsen uit het vet gehaald. Maar door deadlines, geldgebrek en relatieperikelen stelde ik mijn Scandinavische schaatsdroom jaar na jaar uit. Tot de uitnodiging van Almgrens Travel kwam om mee te gaan op twee schaatstochten. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Gemma Venhuizen 9 december 2016