waaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waai·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘blazen (van wind)’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • Afkomstig van het Middelnederlandse woord waien: een klasse 7 ww o.v.t. wieu, in Gotisch reduplicerend: waiwo van een Proto-Indo-Europees wortel *we met gelijke betekenis. [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waaien
waaide
woei
gewaaid
klasse 6

zwak -d

volledig

Werkwoord

waaien

  1. onpersoonlijk (meteorologie) het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
    • Er woei een sterke zuidwestelijke wind. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenstortregenenvriezenwaaienweerlichten

Uitdrukkingen en gezegden
  • De wind waait uit een andere ( of een verkeerde) hoek
  • Met alle winden waaien
door alles en iedereen laten beïnvloeden
  • Zoals de wind waait, waait zijn jasje
hij gaat met de heersende mening mee of verandert telkens van mening afhankelijk van de mensen om zich heen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen