waaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waai·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘blazen (van wind)’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • Afkomstig van het Middelnederlandse woord waien: een klasse 7 ww o.v.t. wieu, in Gotisch reduplicerend: waiwo van een Proto-Indo-Europees wortel *we met gelijke betekenis. [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waaien
waaide
woei
gewaaid
klasse 6

zwak -d
gemengd

volledig

Werkwoord

waaien

  1. (onpersoonlijk) (meteorologie) het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
    • Er woei een sterke zuidwestelijke wind. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenstortregenenvriezenwaaienweerlichten

Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892