Naar inhoud springen

nevelen

Uit WikiWoordenboek
  • ne·ve·len

denevelenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nevel
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nevelen
nevelde
geneveld
zwak -d volledig

nevelen

  1. onpersoonlijk (meteorologie) het aanwezig zijn van nevel
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenstortregenenvriezenwaaienweerlichten

98 %van de Nederlanders;
90 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be