onweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·we·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van onweer met het achtervoegsel -en (met het voorvoegsel on-)
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onweren
onweerde
geonweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

onweren

  1. (onpersoonlijk) (meteorologie) het plaatsvinden van het weerverschijnsel van bliksem en donder
    Met het onweren is de bliksem tien keer ingeslagen.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands

betrekkenbliksemendauwendonderendooiengietenhagelenijzelenmiezerenmistenmotregenennevelen
onwerenopklarenplenzenplensregenenregenensneeuwenstormenvriezenwaaienweerlichten

Zelfstandig naamwoord

onweren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord onweer