heraldiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·ral·diek
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelsnormandische herald, van de Germaanse samenstelling harja-waldaz, "legeraanvoerder", met het achtervoegsel -iek
enkelvoud meervoud
naamwoord heraldiek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

heraldiek v

  1. de wetenschap die zich bezighoudt met de wapenkunde
    • Er werd een presentatie over heraldiek gehouden. 
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heraldiek heraldieker heraldiekst
verbogen heraldieke heraldiekere heraldiekste
partitief heraldieks heraldiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

heraldiek [1]

  1. heraldisch

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen