ruien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rui·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘periodiek haren verliezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ruien
ruide
geruid
zwak -d volledig

Werkwoord

ruien

  1. (van vogels) op regelmatige tijden van veren wisselen.
    • Deze vogels hebben nog niet geruid. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ruien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rui

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen