voorruit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: vooruit
Voorruit van een auto

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ruit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorruit voorruiten
verkleinwoord voorruitje voorruitjes

Zelfstandig naamwoord

voorruit v/m

  1. ruit aan de voorkant van een voertuig die zorgt voor zicht op de weg en bescherming tegen weer en wind
    • Door steenslag zat er een barst in de voorruit van de auto. 
Antoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.