geruit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ruit
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van ruit met het voorvoegsel ge-
  • vervoeging van ruiten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geruit
verbogen geruite
afgeleid van
ruit

geruit denominatief deelwoord afgeleid van het naamwoord ruit

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geruit geruiter geruitst
verbogen geruite geruitere geruitste
partitief geruits geruiters -

Bijvoeglijk naamwoord

geruit [1]

  1. met een ruitjespatroon, zo geweven dat een patroon van rechthoeken zichtbaar is
    • Hij droeg een geruit houthakkershemd. 
  2. (heraldiek) (van het schild) door elkaar kruisende lijnen in ruiten verdeeld die beurtelings van metaal of kleur zijn
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ruiten

geruit

  1. voltooid deelwoord van ruiten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen