blazoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het blazoen van Haarlem.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bla·zoen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘heraldisch wapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord blazoen blazoenen
verkleinwoord blazoentje blazoentjes

Zelfstandig naamwoord

blazoen o

  1. (heraldiek) een bord waarop een (adellijk) wapen is geschilderd en dat gedecoreerd is met sieraden
    • Het blazoen van Haarlem bevat een Latijnse tekst. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het blazoen schoonhouden
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen