kort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kort korter kortst
verbogen korte kortere kortste
partitief korts korters -

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. van geringe duur
    • een korte film 
  2. van geringe lengte
    • een korte strippenkaart 

Bijwoord

Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op korte termijn
zeer binnenkort
  • aan het kortste einde trekken
uiteindelijk verliezen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
korten

kort

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van korten
  2. gebiedende wijs van korten
vervoeging van
korren

kort

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Jij kort. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Hij kort. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van korren
    • Kort! 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Turks

Woordafbreking
  • kort
enkelvoud meervoud
nominatief   kort     kortlar  
genitief   kortun     kortların  
datief   korta     kortlara  
accusatief   kortu     kortları  
locatief   kortta     kortlarda  
ablatief   korttan     kortlardan  

Zelfstandig naamwoord

kort

  1. (sport) tennisbaan, tenniscourt, tennisveld
Synoniemen


Zweeds

stellend vergrotend overtreffend
kort
kortare
kortast

Bijvoeglijk naamwoord

kort

  1. kort
Antoniemen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

kort o

  1. kaart
  2. foto
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kort     kortet     kort     korten  
genitief   korts     kortets     korts     kortens  
Verwante begrippen