snel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snel
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: snel
Oudnederlands: snel
Germaans: *snellaz
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: snell (Angelsaksisch: snel, snell), Duits: schnell, (Oudhoogduits: snel), Oudfries: snel
Noord: Zweeds: snäll, Deens: snild, Noors: snill, (Oudnoors: snjallr), IJslands/Faeröers: snjallur
  • Andere Indo-Europese talen:
Romaans: Latijn: snellus, Italiaans: snello, Oudfrans: esnel, isnel, Occitaans: isnel, irnel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen snel sneller snelst
verbogen snelle snellere snelste
partitief snels snellers -

Bijvoeglijk naamwoord

snel

  1. in korte tijd
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • een snelle jongen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
snellen

snel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snellen
    Ik snel.
  2. gebiedende wijs van snellen
    Snel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snellen
    Snel je?

Meer informatie