binnenkort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·kort

Bijwoord

binnenkort

  1. binnen afzienbare tijd
    Dat gebouw wordt binnenkort gesloopt.
    Ze zouden binnenkort gaan trouwen, maar door de ziekte van de moeder van de bruid hebben ze het feest uitgesteld naar een later tijdstip.
Synoniemen
Vertalingen