short

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • short
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
stellend
onverbogen short
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie. (als bijvoeglijk naamwoord)
short

  1. kort
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord short shorts
verkleinwoord shortje shortjes

Zelfstandig naamwoord

short m [2]

  1. (kleding) broek met korte pijpen
Hyponiemen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

short

  1. kort