court

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
court courts

Zelfstandig naamwoord

court

  1. hof
  2. (juridisch), (politiek) hof
  3. (sport) baan
vervoeging
onbepaalde wijs to  court 
he/she/it  courts 
verleden tijd  courted 
voltooid
deelwoord
 courted 
onvoltooid
deelwoord
 courting 
gebiedende wijs  court 

court

  1. het hof maken


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • court
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   court courts
  vrouwelijk   courte courtes

Bijvoeglijk naamwoord

court m

  1. kort, beperkt
  2. te kort, niet genoeg
Antoniemen

Bijwoord

court

  1. kort, kortweg
  2. niet wetend wat te zeggen
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  court     le court     courts     les courts  

Zelfstandig naamwoord

court m

  1. (sport) (tennis-)baan

Werkwoord

vervoeging van
courir

court

  1. derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van courir