kortharig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort·ha·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kortharig korthariger kortharigst
verbogen kortharige kortharigere kortharigste
partitief kortharigs kortharigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kortharig

  1. kort haar hebbend
    • De kortharige hond was populair bij mensen met een allergie voor het haar van honden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.