reinigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·ni·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rein met het achtervoegsel -ig
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reinigen
reinigde
gereinigd
zwak -d volledig

Werkwoord

reinigen

  1. zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen
    • Vlakstralers met een spleetvormige opening zijn geschikt voor het reinigen van oppervlakken op korte afstand.[1] 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reinigen en ontsmetten van stallen, dgz.be