arriveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ri·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse arriver (met het achtervoegsel -eren) [1] [2]
  • Van Latijn ad (naar) + ripa (oever). De betekenis is dus eigenlijk: aan land komen.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
arriveren
arriveerde
gearriveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

arriveren

  1. ergatief de bestemming bereiken
    De stoet was bij het paleis gearriveerd.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl