kor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kor korren
verkleinwoord korretje korretjes

Zelfstandig naamwoord

kor v / m [2] [3] [4]

  1. (visserij) trechtervormig sleepnet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
korren

kor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Ik kor. 
  2. gebiedende wijs van korren
    • Kor! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korren
    • Kor je? 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
50 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Hongaars

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

kor

  1. leeftijd


Nynorsk

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • kor

Bijwoord

kor

  1. hoe (wijze)
    «Kor går det?»
    Hoe gaat het met jou?
  2. hoe (graad)
    «Kor langt er det?»
    Hoe ver is het?
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

kor o

  1. koor


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 4948

Zelfstandig naamwoord

kor

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van ko