aankomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van komen met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aankomen
kwam aan
aangekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

aankomen

  1. (ergatief) een bestemming bereiken
    U bent aangekomen in Overveen.
  2. even bezoeken
  3. treffen.
  4. (ergatief) zwaarder worden
    Hij is de laatste paar maanden aardig aangekomen.
Vaste voorzetsels
  • aankomen aan: krijgen
  • aankomen op: berusten op
  • erop aankomen: beslissend zijn, van belang zijn
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • er zit een mooie tijd aan te komen
  • iemand zien aankomen
iemand geen kans gunnen
  • ergens hard aankomen
Vertalingen