prut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prut -
verkleinwoord prutje prutjes

Zelfstandig naamwoord

prut v / m [2] [3] [4] [5]

  1. modder
  2. rotzooi
  3. (informeel) (kookkunst) gerecht waarin van alles door elkaar aanwezig is
  4. wat overblijft na het zetten van koffie -> koffieprut
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal