koen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Koen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middelnederlandse coene, van het Middelnederduitse köne, van het Oudhoogduitse chuoni.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koen koener koenst
verbogen koene koenere koenste
partitief koens koeners -

Bijvoeglijk naamwoord

koen

  1. dapper, heldhaftig, moedig
    • Een koene ridder. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Vries, Jan; F. De Tollenaere (1987). Nederlands Etymologisch Woordenboek, p. 342. Uitg.: BRILL, ISBN 9789004083929.


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kos
Naar frequentie 45822

Zelfstandig naamwoord

koen

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van ko