koke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ke

Werkwoord

koke

vervoeging van
koken

koke

  1. aanvoegende wijs van koken


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ke
Naar frequentie 8756
vervoeging
onbepaalde wijs koke
tegenwoordige tijd koker
verleden tijd kokte
voltooid
deelwoord
kokt
onvoltooid
deelwoord
kokende
lijdende vorm kokes
gebiedende wijs kok
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

koke

  1. overgankelijk, (kookkunst) bereiden, een maaltijd of een schotel bereiden, eten bereiden, klaarmaken, koken, kokkerellen, prepareren, toebereiden
  2. overgankelijk, (figuurlijk) gaar koken, koken, zieden
  3. onovergankelijk, (kookkunst) aan de kook brengen, aan de kook raken, gaar koken, garen
  4. onovergankelijk, (kookkunst) borrelen, de kookpunt bereiken, doen koken, op het kookpunt zijn, putteren, zieden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: koke av sinne
koken van woede
over je theewater zijn
zieden van toorn
[A]+[B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   koke     m: koken
v: koka  
  koker     kokene  
genitief   kokes     m: kokens
v: kokas  
  kokers     kokene  

Zelfstandig naamwoord

[A] koke, m / v

  1. (kookkunst) partij die in een keer gekookt kan worden
Schrijfwijzen
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

[B] koke, m / v

  1. (economie) kokerij
Synoniemen
Hyperoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ke
vervoeging
onbepaalde wijs koke
koka
koke
koka
tegenwoordige tijd kokar
koker
koker
verleden tijd koka kokte
voltooid
deelwoord
koka kokt
onvoltooid
deelwoord
kokande kokande
lijdende vorm kokast kokast
gebiedende wijs kok
koka
koke
kok
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak

Klasse 3 zwak

Klasse 2 zwak
opmerking optioneel optioneel

Werkwoord

koke

  1. overgankelijk, (kookkunst) bereiden, een maaltijd of een schotel bereiden, eten bereiden, klaarmaken, koken, kokkerellen, prepareren, toebereiden
  2. overgankelijk, (figuurlijk) gaar koken, koken, zieden
  3. onovergankelijk, (kookkunst) aan de kook brengen, aan de kook raken, gaar koken, garen
  4. onovergankelijk, (kookkunst) borrelen, de kookpunt bereiken, doen koken, op het kookpunt zijn, putteren, zieden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: koke (over) av sinne
koken van woede
over je theewater zijn
zieden van toorn
[A]+[B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   koke     koka     koker     kokene  

Zelfstandig naamwoord

[A] koke, v

  1. (kookkunst) partij die in een keer gekookt kan worden
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

[B] koke, v

  1. (economie) kokerij
Synoniemen
Hyperoniemen